Posts made in september, 2014

De Vloeibare Woordenwinkel op Cult & Tumult

De Vloeibare Woordenwinkel op Cult & Tumult met vies gezicht
Niet alle drankmixjes van De Vloeibare Woordenwinkel waren even lekker (klik op de foto voor een vergroting).

Vandaag (29 september 2014 is the day after. Afgelopen weekend heb ik namelijk met De Vloeibare Woordenwinkel opgetreden op het Cult & Tumult-festival in Veldhoven (bij Eindhoven). Alweer de achttiende editie van het gratis toegankelijke festival dat jaarlijks vele duizenden bezoekers trekt.

De Vloeibare Woordenwinkel trad aan (of op, net wat jullie willen) op zaterdag en zondag van 13.00 – 17.00 u. En meteen vanaf het begin hadden wij veel aanloop, voornamelijk van kinderen (terwijl onze act daar helemaal niet speciaal voor ontwikkeld is) en tot het eind bleef het druk aan onze tafels. We hadden zelfs het luxeprobleem dat we niet of nauwelijks konden pauzeren vanwege de constante drukte rondom onze flessen vol speciale brouwsels.

Ik ben bang dat dit een stukje wordt met een hoog Ivo Niehe-gehalte, maar het is gewoon zo dat ons optreden liep als een trein; er stonden doorlopend mensen om onze ‘stand’, het publiek was zeer enthousiast en de organisatie van Cult & Tumult – die ons overigens uitstekend verzorgde – was ook zeer tevreden. En – last but not least – wij Vloeibare Woordenwinkeliers waren zelf ook heel voldaan over ons optreden. Oftewel: alleen maar blije gezichtjes! Het kan!

Als je dan toch iets te zeuren wilt hebben, dan zou je kunnen zeggen dat het jammer was dat je met zulk prachtig weer steeds binnen moest zitten, maar ja, het was al eind september en de zon speelt al in blessuretijd, dus recht op dat mooie weer hadden we eigenlijk al niet meer.

Even een greep uit de zinnen die we uit onze brouwsels toverden:

*Lavendel schaatst met een zweep door het palingbordeel.

*Andes snoept een vraagteken met de kerskrekels.

*Azijn wolkt boterfruit met zeevlokken.

*In het groentespeelkwartier fietst Bladel met Gijs.

*Vorige maand speelde een kwarktaart buiten met een draak van vuur.

*Vraag: plaste jij in het zwembad of dronk je een grijze dag?

*Getsie! De verrassing glibbert door mijn dochter naar Italië!

*De Nijltijger vraagt met een prikmond om snoepzoete zon.

*Als de tamme aardbei wandelt, krijgt de watermeloen deoprikkels.

*Lang geleden was waterdansen beter uit met omazoenen.

*Aan het eind van de ochtend plast de Australië-orca zure appels.

Na al deze vloeibare zinnen verlangt een mens weer naar wat vastigheid. Ik tenminste wel.

Maar De Vloeibare Woordenwinkel komt graag terug op een volgende editie van Cult & Tumult!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

De ziel van friet

barak_DEF_low

Gisteren stond het artikel ‘Frietje met een ziel’ al in de dode bomenversie van De Volkskrant, maar vandaag (25 september 2014) is het ook digitaal verkrijgbaar: een artikel over frietkotten, jullie weten wel, die prachtig-troosteloze, haveloze barakjes – vaak ook gewoon een licht verbouwde caravan – die je in België langs de kant van de weg ziet en waar je bij een morsige, norse uitbater even morsige patat kunt kopen. Ik bedoel zo’n bouwseltje:

frietkot

De jonge fotograaf Jesse Willems wilde deze patatverkooppunten met zijn fototoestel vastleggen, voordat ze helemaal uit het straatbeeld zijn verdwenen. Het frietkot is namelijk on the way down. Men vindt het niet meer van deze tijd; de sympathieke barakjes ogen gammel, niet eigentijds en bieden evenmin een erg schone aanblik.

Willems heeft er een fotoboek van gemaakt, met de toepasselijke titel Barak Friture. Dat het hard gaat met de achteruitgang van het patattenbarakje moge blijken uit het feit dat er sinds de voltooiing van zijn boek alweer vijf, zes verdwenen zijn.

In 2005 verscheen er een vergelijkbaar artikel in De Volkskrant (‘Magische frieten in het bos’). Daardoor geïnspireerd schreef ik indertijd onderstaand prozagedicht:

Frietkot

Het verlaten, het doorgaande omhangt het frietkot als de dikke baklucht. Natuurlijk is de uitbater morsig en weinig mededeelzaam. Hij zou verhalen kunnen vertellen, maar hij heeft er geen zin in. Anders zou hij toch maar uitkomen bij de zelfmoord van een vijftienjarige jongen die, jaren geleden, vanaf een viaduct over de E 314 sprong, niet ver hier vandaan. Hij had dat gedaan omdat zijn liefde voor ene Madeleine onbeantwoord was gebleven. Het verhaal wilde dat deze wanhopige jongeman, alvorens zich van de wegoverspanning te storten, eerst met zijn eigen bloed de naam van zijn onbereikbare geliefde op een wand van het viaduct had geschreven. Maar dat is waarschijnlijk verzonnen, want zelfmoorden zijn zelden zo romantisch. Er is in ieder geval geen spoor meer van terug te vinden. Het is voor de uitbater een passie van een andere wereld.
Geen auto zal de uitgerangeerde Adria nog uit het slop trekken. Maar goed dat caravans geen melancholie kennen, anders zou deze weemoedig worden, omdat zijn witgewassen soortgenoten hem hier achterlaten en in karavaan verder trekken naar het zonnige zuiden, om daar dicht tegen elkaar aan te gaan staan.
Grimmig spottend noemt de uitbater het door hem gebruikte frituurvet ‘het gouden laagje van zijn bestaan’. Hij weet dat de geur in elke porie van zijn lijf blijft hangen, maar tijdens het nachtelijke schijngevecht ruiken zijn vrouw en hij die niet aan elkaar. Achteloos strooit hij wat woorden mee met het zout. Hij is er niet in geïnteresseerd waar zijn frikadellen, curryworsten en boulettes belanden, het zijn zijn kinderen niet.
Hij doet mee aan een buitenlandse lotto. Koortsachtig, verbeten probeert hij allerlei cijfercombinaties uit, in de hoop dat de kluisdeur eindelijk openspringt, terwijl hij zou moeten weten dat de frêle, dartele dansmadam Chance niet halthoudt bij flansbarakken, die niet toegerust zijn om haar op passende wijze te ontvangen. Jonkvrouwe Fortuna wil haar blijde tijding niet onder een krap afdakje over een vettige, vuilwitte toonbank doorschuiven, zij wil een royale entree met bloemen-strooisel op een oprijlaan die uitloopt op een bruisende fontein.
Op een morgen, als ook de hemel potdicht zit, kloppen wij vergeefs aan bij het frietkot. Het frituurvet blijft koud en stijf die dag. In het naburige dorp klinken kerkklokken, de vrouw van de uitbater staart in de verte waarin ze al zoveel klanten heeft zien verdwijnen. Het is die dag tegenseizoenlijk koud. De stoet bestaat uit dorpelingen en wat schaarse familie, maar de vrouw van de frietkoteigenaar krijgt een bizar visioen, dat alle klanten die ooit aan hun nering zijn voorbijgetrokken nu aan de baar van haar man voorbijtrekken, om hem de laatste eer te bewijzen, als dank voor het vlugvoer dat zij en hij al die jaren voor hen bereid hebben. En ondanks de ernst van de situatie zal ze even inwendig om zichzelf moeten glimlachen.
Het frietkot wordt weggesleept, belandt op de schroothoop, waar hij al jaren thuishoorde.
Soms kunnen mensen, die jaren later op die staanplaats de auto uitgaan om even de benen te strekken, zich verbeelden dat ze een vleug bakvet in hun neus krijgen. Maar meteen nadat ze die gewaarwording gehad hebben, halen ze hun schouders op; er is hier immers in geen velden of wegen een frituur te bekennen. Was dat maar zo, denken ze, want ze realiseren zich ineens dat ze best trek hebben.

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Rode wijn is helaas geen medicijn

Wijnproeven
Nee, hertje, dit is met de kennis van nu geen verstandig gedrag.

Weer een illusie armer: vandaag (21 september 2014) lees ik de zaterdagbijlagen in De Volkskrant. En daar stuit ik op een artikel over de heilzame invloed die wij ten onrechte altijd hebben toegeschreven aan rode wijn.

Eigenlijk wisten we het al wel. Het was ook te mooi om waar te zijn: lekker rode wijn lurken en zodoende aan je gezondheid werken. Maar goed, dit wensdenken werd aangemoedigd en zogenaamd wetenschappelijk gestaafd:

‘Op 30 oktober jl. (2009 – AD -) werd tijdens het 4e nationale Voedings- en Gezondheidscongres te Ede door Dr. Henk Hendriks (TNO Kwaliteit van Leven) een overzicht gepresenteerd van de resultaten van 3 decennia wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van matige alcoholconsumptie.

Hendriks: ‘Matige alcoholconsumptie past in een gezonde leefstijl, omdat het risico op overlijden aan hart en vaatziekten met ongeveer een kwart wordt verlaagd en de kans op diabetes type 2 met een derde wordt verkleind. Dit effect is onafhankelijk van het type alcoholhoudende drank (bier, wijn, gedistilleerd), het wordt veroorzaakt door de alcohol zélf.’

En er waren meer wetenschappers die (matig) alcoholgebruik aanmoedigden:

‘De grote gangmaker op dit terrein was de Wageningse hoogleraar voeding Ruud Hermus, later directeur van het TNO-instituut Toxicologie en Voeding in Zeist. Hij rekende als een van de eersten af met het idee dat alcohol schadelijk en ongezond was en dus ontmoedigd moest worden. De Amsterdamse hoogleraar voeding Jaap Seidell van de Vrije Universiteit herinnert zich dat Hermus ‘een halve tot een fles wijn wel ongeveer het verstandigst vond’.

Wat moet je dan als argeloze consument én dorster naar wijn? Dan laat je je oren toch hangen naar dat soort heilspredikers? Maar goed, we moeten ons gedrag herzien, als onze gezondheid ons tenminste lief is.

De dode bomenvariant van De Volkskrant is uitgebreider dan de digitale versie. In de papieren versie van het artikel (hier ‘Op je gezondheid?’ geheten) worden diverse wetenschappers opgevoerd die een heel andere boodschap verkondigen.

Zo presenteerden Britse en Amerikaanse onderzoekers afgelopen zomer in het vooraanstaande tijdschrift British Medical Journal ‘sterke aanwijzigingen dat zelfs het drinken van kleine hoeveelheden alcohol niet voordelig, maar juist nadelig is voor hart en bloedvaten. Eén glas wijn of andere alcoholische drank per week vergrootte de kans op hart- en vaatziekten al meetbaar.’
Daarbij gingen de heren en dames niet over één nacht ijs: ze hadden daarvoor 56 eerdere studies doorgespit waarin de gangen waren nagegaan van een kwart miljoen mensen.

Het venijn zit ook hier in de staart, want aan het eind van het artikel staat:

‘…het nieuwste voortschrijdende inzicht is dat bij nader inzien misschien wel geen enkele alcoholische versnapering gezond is, zelfs dat glaasje Cabernet Sauvignon of Bordeaux niet. In geen enkele dosis.’

Tsja, dat is geen prettige boodschap, maar het is niet anders, jongens en meisjes. We moeten het ermee doen. Toch kan ik het niet laten op deze zondagavond het glas te heffen. En reken maar dat daar geen ranja in zit. Proost!

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Een dag van lasten en ontlasten

mona+keijzer
Mona Keijzer zwaait wat bleu naar de camera en haar hoed oogt wat triestig. Maar laten we wel wezen: ze ziet er best charmant uit.

Vandaag (16 september 2014) is het Prinsjesdag, de dag van de traditioneel gelekte Troonrede en de malle hoedjesparade waarbij er hoofdbouwsels voorbijtrekken, van lampekappen tot hoepels. Tsja, zou wijlen Martin Bril zeggen. Dan vind ik Mona Keizer nog het toonbeeld van elegantie en ingehoudenheid. Het had alleen wat feestelijker gekund; dat hoofddeksel (zie de foto hierboven) had bij een crematie niet misstaan. Maar goed, Mona’s hoed dekte de lading wel: onze koning had het immers over de ‘rouwrand van verdriet’ die deze Prinsjesdag omgaf.

Het is ook de dag dat het gaat over lasten (‘Het kabinet wil de komende jaren 100.000 extra banen scheppen door de lasten op arbeid met 15 miljard euro te verlagen. De 1 miljard euro lastenverlichting op arbeid is daarvoor een eerste aanzet.’ lees ik op het Liveblog Prinsjesdag 2014).

Voor mij is het ook de dag van ontlasten. Allereerst is daar het bericht over de Japanse heilige berg Fuji die een heleboel bijbergjes op zich moet dulden. Wordt dit poepprobleem niet tijdig opgelost, dan dreigt UNESCO de heilige berg zelfs af te halen van de lijst van Werelderfgoed. Best shit, eigenlijk.

Vervolgens lees ik een column van Sylvia Witteman, Station, waarin ze schrijft over haar hoge nood op een desolaat treinstation in Houten. Ik kreeg spontaan aandrang… om haar daar een mailtje over te schrijven. En dat heb ik dan ook maar gedaan.

En ’s middags kreeg ik bezoek van twee jonge vrouwen van Minerva, Mariel en Julia, die momenteel werken aan het project ‘Ben jij je wc? – Een fotografisch onderzoek in de stad Groningen’. Het is de bedoeling dat Mariel en Julia enkele tientallen wc’s (van boven) gaan fotograferen in de stad Groningen. Die bovenaanzichten komen in een fotoboek met daarnaast ‘het verhaal erachter’, een testimonial van de gebruiker.

ben jij je wc

Leuk project, daarom wilde ik mijn medewerking daar wel aan verlenen. En zo werd de rode draad die door deze deze dag liep wc’s en ontlasting.

Ben jij je wc? Oftewel: du bist was du schisst?

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Een leven lang blokker

Vertrouwd voordelig

Vandaag (11 september 2014) zou je verwachten dat ik een bespiegeling zou wijden aan de herdenking van 9/11. Het is deze dag immers op de kop af dertien jaar geleden dat de handlangers van Osama Bin Laden geen zin hadden om de lift te nemen om het World Trade Center in New York binnen te komen. Ik had kunnen uitweiden over ‘waar ik die bewuste dag was’. Maar nee, ik wil het over wat anders hebben.

Vandaag lees ik dat de roman Vertrouwd voordelig van Peter Middendorp over het opgroeien van de hoofdpersoon in een Blokker-filiaal in Emmen binnengekomen is in de Bestseller 60, de lijst met best verkochte boeken. In een interview met het Volkskrant-magazine (van 30 augustus) laat Peter Middendorp zich wat minder aardig uit over Emmen en zijn bewoners. Vervolgens stak er een stormpje op in de lokale pers, waarbij de woorden ‘Drenthe-bashing’ en ‘drietrapsraket’ vielen (dat laatste sloeg op Yvonne Kroonenberg, Maarten van Rossem en dus Peter Middendorp die na elkaar weinig vleiende uitspraken over de Drenten doen). Tsja, jullie merken het al, jongens en meisjes: storm in een glas water.

Naar aanleiding van het vraaggesprek met Peter schreef ik het onderstaande gedicht. Na een paar dagen stuurde ik het naar hem op. En hij kon het waarderen.

Een leven lang blokker

Hij groeide op
achter de toonbank
leerde dat klanten
altijd vóór gaan.

De afdeling klein plastic
zijn kruipdomein,
tussen de schappen
zijn getto.

Een klant had hem zomaar
als knuffel
af kunnen rekenen.

Om zijn ouders
te laten betalen
voor zijn middenstandplaats
deed hij regelmatig
een greep in de kassa.
Het kasverschil
deed zijn vader
twijfelen aan zichzelf.

Staand voor de vijver
van zijn jeugd
kotste hij zijn gezicht
aan diggelen.

Korting was onuitwasbaar
In zijn poriën gedrongen.
Nog altijd
voelt hij het prijskaartje
prikken in zijn nek.

© André Degen

facebooktwitterby feather
Reageer >>>

Recente reacties

Follow Us

facebooktwitterby feather